.....dat waren twee mozaïek bankjes, deze staat in Gemonde. Hier de achterkant, dat is wel duidelijk.
De zijkant, ofwel de armleuning.
.....dat waren twee mozaïek bankjes, deze staat in Gemonde. Hier de achterkant, dat is wel duidelijk.
De zijkant, ofwel de armleuning.
Ik weet eigenlijk niet meer waarom ik bij dit artikel ben gekomen, waarschijnlijk was ik op zoek naar wat anders en kwam toevallig hierbij uit. Heb er toen een screenschot van gemaakt omdat het me aansprak, maar had nog nooit van haar gehoord. Nu is deze week bij de: Creatieve uitdaging Conny's quilts en creaties, het woord : VROUW en dus ga ik haar eens in het zonnetje zetten.
Haar naam is Mien van Bree, geboren in Loosduinen, 24 april 1915 en het vierde van vijf kinderen in een tuinders gezin. Ze was wielrenster, maar niet zomaar een. Zij was pionier van het vrouwenwielrennen in Nederland. Fietsen was al vroeg haar grote hobby en om te trainen en haar snelheid te toetsen joeg ze achter bussen aan. Lijkt me niet zonder gevaar, maar men had, zeker ook als vrouw, niet die faciliteiten van tegenwoordig.
Haar talent werd opgemerkt door buurman Piet Moeskops, vijfvoudig wereldkampioen sprint (1921-1926). Hij motiveerde haar om haar wielertalent verder te ontwikkelen. In 1931 stichtte zij, samen met enkele vriendinnen, de Haagse damesrennersclub Vooruitgang Is Ons Streven (VIOS) een van de eerste Nederlandse vrouwenwielerclubs. In het Nederland van de jaren 1930 werd afgekeurd dat meisjes op een racefiets stapten, maar Mien had daar maling aan. Aangezien de Nederlandse Wielrenunie fietswedstrijden voor vrouwen niet toestond, week van Bree uit naar België, waar wél door vrouwen kon worden gekoerst. Daarbij fietste zij vroeg in de ochtend van Loosduinen naar België, om in de middag een wedstrijd te rijden. Ze heeft er heel wat voor moeten doen en in 1936 ging ze in Aalst wonen. Ze ging werken in café 't Houten Hand. In een kamer boven het café woonde ze samen met collega wielrenster Maria Gaudens. Zij nam deel aan sprint, lange afstand, koppel en tandemwedstrijden op de baan. In 1934 werd zij derde tijdens het wereldkampioenschap wielrennen en in de jaren 1935-1937 eindigde zij als tweede. Daarbij werd zij telkens verslagen door de Belgische Elvire De Bruyne. In 1937 liet Elvire zich in de burgerlijke stand inschrijven als Willem Maurits Debruyne, van het mannelijk geslacht. Moet heel wat zijn geweest in die tijd.
Na het wegvallen van haar grootste concurrente kon Van Bree naar de top doorstoten. Haar eerste overwinning behaalde zij in 1937 tijdens de Europese kampioenschappen wielrennen. In 1938 werd ze de eerste vrouwelijke wereldkampioen van Nederland. Een geweldige prestatie als je het mij vraagt, maar kijk aan wat er in de Nieuwe Tilburgse Courant stond "Zouden onze vrouwen niets beters te doen hebben ?". Andere tijden waren dat !
Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog betekende het einde van haar wielerloopbaan. Zij ging werken als verpleeghulp in de psychiatrie. Daarnaast had zij de zorg voor haar ouders. Na de dood van haar moeder in 1952 verzorgde zij haar vader, tot zijn dood in 1959. Haar fiets bleef werkeloos in haar slaapkamer gestald. Op 4 augustus 1983 werd zij, op 68-jarige leeftijd, dood gevonden in haar woning.
In 2015, haar honderdste geboortejaar, heeft de gemeente Den Haag een fietspad in Loosduinen naar haar vernoemd: het "Mien van Breepad.
Brug 1778 in Amsterdam-Noord is naar Mien van Bree vernoemd.
Op 24 maart 2016 verscheen het boek Mien, een vergeten geschiedenis, van schrijfster Mariska Tjoelker.
Toch ten lange leste nog een eerbetoon aan deze doorzetter, die gelukkig fijne jaren heeft gehad met haar, zei het korte, wieler carrière.
Deze overzichtstentoonstelling: UNBROKEN van Bouke de Vries kun je gaan bekijken tot ver in het jaar 2026 nl tot en met 16 augustus.
Uit liefde voor het materiaal en het ambacht geeft Bouke gebroken keramiek een nieuw leven, met een nieuw verhaal vol culturele verwijzingen en humor.
Dit vond ik grappig, een hoge stapel gebroken en gescheurde schaaltjes en kopjes op de rug van een paard (bij Bettie te zien) en helemaal bovenaan, een kopje in een kopje.
Ik laat natuurlijk niet allemaal dezelfde foto's zien dan Bettie, deze wel en nog een, omdat ik die ontzettend mooi vond en dan is het wel genoeg.
Vond deze niet alleen mooi, maar het is meer het idee, dat Bouke van handelaren in archeologische bodemvondsten heel veel scherven kocht. Allemaal aardewerk dat gemaakt is van klei uit Nederland. Als aardewerk stuk ging, werd het in een beerput gegooid. 200 tot 300 jaar later wordt het puin nog weleens weer opgegraven. Bouke maakte hiervan Homeland (2003).
Polychrome is de naam van dit minder beroemde Delfts aardewerk dat met meerdere kleuren beschilderd is dan alleen blauw.
Wat gebeurd er als een keurige, klassieke dirigent terecht komt in het bonte gezelschap van een plaatselijke dorpsfanfare ?
En Fanfare volgt Antoine Thibaut (Benjamin Lavernhe), een talentvolle dirigent van een gerenommeerd klassiek orkest. De ontdekking dat hij een jongere biologische broer heeft, veranderd zijn leven volledig. Zijn broer Jimmy (Pierre Lottin) werkt als schoolkantinemedewerker in het Noord-Franse Walencourt, deelt zijn tijd tussen zijn trombone in de lokale fanfare en zijn eenvoudige dagelijkse bestaan. Toch zijn er ook overeenkomsten: Antoine en Jimmy delen een diepgewortelde liefde voor muziek die verder lijkt te reiken dan genetische banden.
Emmanuel Courcol gebruikt muziek als metafoor voor menselijke verbinding. In plaats van een simpele feel good movie levert hij een gelaagde kijk op vooroordelen.
Ik nam deze tekst over uit de folder, maar ik kan wel zeggen dat de film veel en veel meer is dan je hier uit de beschrijving kunt halen, je zou willen dat men in het dagelijks leven ook zo met elkaar omging. Ik heb de meeste tijd zitten kijken met een lach op mijn gezicht, maar ook met tranen in mijn ogen en dat heb ik zelden. Ik vind het een aanrader, mijn man ook en we gaven alletwee de hoogste waardering.
De man hier in huis had ergens gelezen dat De Lakenhal in Leiden het 100e geboortejaar van Jan Wolkers viert met een selectie van zijn werken uit de eigen collectie.
C. is bezig met het lezen van zijn boeken en vond het wel wat om dan ook naar zijn, door de natuur geïnspireerde werken te gaan kijken.
We kennen zijn werk niet en zagen dat de tentoonstelling nog maar tot t/m 14 september te zien is, dus vorige week zondag (31 aug) gingen we er heen.
Weer niet bij de deur, maar nu had ik een boek mee genomen, dus de twee uur treinen viel nu mee.
Dit is zijn laatste grote schilderij 'Het grote gele doek'. Het is uitgevoerd in cadmiumgeel, de kleur van de herfstbladeren van de Noord-Amerikaanse tulpenboom in zijn tuin. Deze boom groeide uit een stekje van Herman Boerhaaves tulpenboom bij Kasteel Oud Poelgeest, en verbindt zo Wolkers kunst met zijn wortels in Leiden.
Het kasteel is de gedeeltelijke locatie van een verhaal uit het debuut van Jan Wolkers, de verhalenbundel Serpentina's petticoat.
Wolkers werkte graag met natuurlijke materialen, waaronder hier koeienstront, lood schilderslinnen en kopspijkers.Een kleine twee uur met de trein dat is het en ik was vergeten een boek of tijdschrift mee te nemen, jammer, volgende keer beter. In het Maastricht Museum is nog t/m 4 januari 2026 deze tentoonstelling te zien. Wij hadden er ergens wat over gehoord of gelezen en het sprak ons meteen aan.