Dag 3 en weer hadden we wat gevonden (in overleg) om gaan te bekijken. Ex-mijnwerkers van vzw Mijn-Verleden maakten van het oude magazijn in Waterschei een unieke expo over het harde leven in de mijn. (vzw = vereniging zonder winstoogmerk). Het depot is ondergebracht in het voormalig magazijn van de mijn, een deel van het hoofdgebouw.
Gigantisch veel mijnmaterialen, werktuigen, machines en originele objecten.
Het bezoek is altijd met rondleiding (1u45) door gidsen met verhalen. Wij hadden een fantastische gids, oud mijnwerker, die fantastisch kon vertellen en graag had dat je zelf ook vragen stelde, wat we ook deden en daar ging hij uitgebreid op in. Je kon merken dat hij er plezier in had.
Muizen liepen er natuurlijk ook rond vroeger en wee, degene die er een doodsloeg als ze aan een lunchzak begonnen te knagen. De muizen waren een soort levens verzekering voor de mijnwerkers, want als er ergens gas vrijkwam kon men dat niet ruiken, maar de muizen stierven daar aan. Ik had wel eens gehoord dat men kanaries meenam in de mijnen voor dit zelfde doel.

Grote historische foto's hingen er aan de muur met een indrukwekkende kijk op de mijnsite. Vrouwen mochten niet in de mijn werken, maar waren wel van nut in het reinigen van allerlei noodzakelijke spullen. De mijnlampen controleren was een van die taken, ook van levensbelang zou ik zeggen, controleren en schoonmaken. De jonge vrouw was daar ook mee bezig en onze gids vertelde dat er na een rondleiding een vrouw naar hem toekwam, bedankte voor de mooie rondleiding en zei dat was mijn moeder. Dit vertelde hij ons toen hij na afloop nog even bij ons aan tafel kwam zitten, hij vond dat wij met veel interesse de rondleiding hadden gevolgd, wat voor hem fijn was natuurlijk, maar voor ons was hij ook een uitzonderlijk goede gids geweest. Van beide kanten tevredenheid.
De werkkleding werd na het werk aan het plafon gehangen, om te luchten, maar ook tegen ongedierte wat er in kon kruipen.
Vlak ook het werk van de mijnwerkersvrouw niet uit, die soms wel drie keer per dag in de keuken aan de slag was om een warme maaltijd klaar te maken voor man en zonen als ze terug keerden van hun werk ondergronds. Zonder het huishoudelijk werk van de vrouwen konden de mannen ondergronds niet goed presteren. En wat denk je van de was, ook niet mis, in het begin moesten de vrouwen dit doen, zonder alle Electrische machines van tegenwoordig. later werd dat verzorgd door het bedrijf.
Een beschilderde kolenwagen, zo te zien veel gebruikt.
Kleding van de mijnwerkers en toen gingen we naar buiten. Een monument en een herdenkingsplek voor alle omgekomen Koolputters ( mijnwerkers). De witte stenen, ook uit de mijn afkomstig, symboliseren de doden.
Koolputter is Vlaams dialect voor mijnwerker.
Er werkten ook vele buitenlanders.
Goed uitgebeeld hoe zwaar de omstandigheden om te werken vaak waren. Men kon echt niet meteen rechtop staan om te gaan hakken, nee daar ging heel wat aan vooraf.
Buiten stonden nog gedeelten van de oude kolenmijn en wie schetst onze verbazing, onze gids van binnen kwam eraan en hij gaf ons nog een kleine rondleiding.
André Dumont trof in 1901 voor het eerst steenkool aan in de buurgemeente As in Limburg. De bestuurders van As kozen ervoor om landbouwers gemeente te blijven waardoor de bouw van de mijn in Waterschei gebeurde.
Het duurde nog tot 1924 dat er voor het eerst daar steenkool werd gedolven op verdiepingen op 560, 647, 700, 807, 920, 980 en 1040 m diepte. Kun je nagaan wat een voorbereiding het is geweest, met vergunningen, maar vooral met de bouw. In 1949 was de tewerkstelling maximaal-6834 mijnwerkers. Het topjaar qua productie was 1968 met 1.490.700 ton. De totale productie bedroeg 72.453.000 ton.
De mijn werd op 10 september 1987 gesloten.
We wisten wel dat het werken in de mijnen heel zwaar was, maar hoe zwaar dat beseften we pas echt na deze dag. We waren allemaal erg onder de indruk omdat we nu de omstandigheden zagen, voelden en hoorden. Het is een bezoek wat ik iedereen aanraad om eens naar toe te gaan, het was indrukwekkend.
Na afloop gingen we terug naar het huisje, hebben zelf gekookt en de koffers ingepakt, want de volgende dag moesten we om 10.00u uit het huis zijn, maar konden nog heel de dag van alle faciliteiten gebruik maken. Lekker nog heel de avond spelletjes gedaan met een hapje en een drankje en toen naar bed. Wat vliegt zo'n weekend om, maar we hebben het wel goed benut. Wat we de laatste dag nog deden, daarover lees je in mijn volgende blog.